Vossen krijgen eenmaal per jaar jongen. De paartijd valt in
december tot februari. Enkele dagen lang volgt het mannetje het vrouwtje overal
waar ze gaat en voorkomt zo dat andere mannetjes met 'zijn' vrouwtje paren. De
paring duurt vrij lang omdat het mannetje een tijdje aan het vrouwtje blijft
vastzitten. In de dagen voor de geboorte blijft het vrouwtje in haar hol. Het
mannetje brengt haar dan voedsel of ze haalt een verstopte prooi op. Na een
draagtijd van ongeveer 53 dagen worden eind maart of begin april jongen geboren in een klein hol onder boomwortels of in
een rotsspleet. De jongen hebben een donkergrijsbruine kleur.








Geen opmerkingen:
Een reactie posten